Ik kan ontzettend geraakt worden door poëzie. Of dat nu door een 'echt' gedicht is, of door een rijmsel of door een aantal woorden die door hun gezamenlijk ritme een eenheid vormen.
Is dat poëzie? Geldt dat alleen voor Cats, Campert en Komrij? Vallen de soms prachtige kleine gedichtjes van Toon Hermans hier wel onder? Of de virtuoze rijmende verhalen van Drs.P? Of Annie M.G. met haar kindergedichten waarvan ik vele nog zo kan opzeggen? Of zelfs een heel verhaal van Toon Tellegen? Zijn korte verhaaltjes voelen als gedichten, dus wat is nu precies poëzie?
Wat ik in ieder geval met 'nee' moet beantwoorden is dat ik geen dichtbundels lees. En ook niet actief op zoek ben naar poëzie. Maar wat gebeurt het me toch vaak dat ik ergens iets lees wat als een donderslag bij me binnenkomt. En dat is vrijwel altijd iets wat je onder de noemer 'poëzie' kan vatten.
Vroeger knipte ik dat uit en bewaarde de knipsels in een doosje. Veel teksten uit rouwadvertenties waren daarbij maar ook vrolijke regels uit vele andere contexten. Dat doosje heb ik nog steeds. Als ik de knipsels weer eens door mijn handen laat gaan realiseer ik me dat sommige me nog steeds raken terwijl anderen hun glans verloren lijken te hebben. Mooie woorden maar ze pakken me niet meer. Het was de situatie waarin ik ze las die maakte dat ze me zo troffen. Daar is niets mis mee en toch blijf ik ze bewaren want je weet maar nooit....
Toch zijn er twee gedichten die me nog steeds raken, die die zo langzamerhand bij me horen.
Het ene is "De gestorvene" van Ida Gerhardt. Voor mij geeft dat exact mijn gevoel weer wat ik had bij het overlijden van dierbaren.
.
Het andere is van Rutger Kopland en het heet"Onder de appelboom" Ik kreeg dit gedicht van Greet, in die tijd mijn directeur, toen ik in 1999 voor het eerst onbetaald verlof en daarmee vijf maanden zomervakantie had. Ze las het me voor en wenste me met dit gedicht een hele lange mooie zomer.
En dat is het geworden! Veel later werd er een melodie bij gemaakt en zong Paul de Leeuw het op een prachtige verstilde wijze.
Voor mij is dit nog steeds een heel dierbaar gedicht. Het staat voor thuiskomen, voor stille zomeravonden en voor vriendschap.
Poëzie maakt dus zeker deel uit van mijn leven maar het zijn eigenlijk altijd toevallige ontmoetingen. Toevallige ontmoetingen die nauw verweven zijn met mijn leven van dat moment.